Munnikeveen

Laatste ontwikkelingen

Historie: Het Eiland

Historie: De eigenaren

Historie: Maatschappij

Historie: Bedrijfsvoering

Pachtbedrijf

Landbouw

Natuurbeheer

Visserij

Recreatie

Contact

www.munnikeveen.nl

Historie: Bedrijfsvoering

(Uit: Inventaris van het archief van de Maatschappij tot exploitatie van het onverdeelde Munnikeveen ((1583) 1782-1973. F.C.J. Ketelaar)
Wat deden de eigenaren van het onverdeelde Munnikeveen met hun eigendom? Zij trokken inkomsten vooral uit de verkoop van kweldergras. De jaarlijkse winst was nogal wisselend: in de jaren 1900 t/m 1911 gemiddeld f 7.000,-- met uitschieters naar beneden en naar boven. In de jaren 1912 t/m 1916 steeg de gemiddelde jaarlijkse winst tot bijna f 15.000,--.
Daarna kwamen de vier topjaren 1917 t/m 1920, met een gemiddelde jaarlijkse winst van ruim f 38.000,--.

De aanwas werd bevorderd door de kwelder te begreppelen: in de kwelder werden greppels gegraven, het slik uit de greppels werd over de meetjes (rechthoekige percelen in de kwelder) verspreid (17). Hieraan werd door losse arbeiders in het zomerseizoen gewerkt.
Voor de leiding van dat werk en het dagelijks toezicht op hun eigendommen maakten de gezamenlijke eigenaren gebruik van een opzichter; sedert 1864 fungeerde als zodanig J.P. Dallinga to Finsterwolde. Hij werd in 1901 opgevolgd door zijn zoon O.S. Dallinga, die in 1932 werd opgevolgd door G. Tiddens to Finsterwolde. Na het overlijden van Tiddens in 1955 werd zijn schoonzoon
0. Kloosterman to Finsterwolde administrateur.
In het kweldergebied, half water, half land, was het moeilijk de eigendomsgrenzen duidelijk of to bakenen. Onenigheden met de daangrenzende eigenaren kwamen dan ook herhaaldelijk voor. ude

In het kader van de werkverschaffing besloot de provincie in 1923 tot inpoldering van een gedeelte van de kwelders voor de Reiderwolderpolder. In 1924 kwam de Carel Coenraadpolder tot stand,
genoemd naar de oud?commissaris der koningin C.C. Geertsema, die
ook oud?directeur van het Munnikeveen en van de Johannes Kerkhovenpolder was. Het Munnikeveen kreeg 145 ha in de polder. Na enige discussie besloten de aandeelhouders de eigendom onverdeeld to laten. Daarmee kwam het Munnikeveen in een nieuwe fase. Nietnlanger vormde de opbrengst van het kweldergras de voornaamste bron van inkomsten: de pachten kregen een grotere betekenis.
In 1927 werden voor het eerst huuropbrengsten in de polder geboekt: f 12.590,--, naast f 10.155,-- opbrengst van de kwelder. Dertig jaar later, 1957, waren de landpachten verdubbeld tot f 25.758,--,
de opbrengst van dijken en kwelders met de helft verminderd tot
f 5.440,--. De eigendommen in de polder betekenden natuurlijk ook hogere uitgaven: de inkomsten in 1927 waren nauwelijks hoger dan de waterschapslasten van bijna f 30.000,--. De inpoldering van de Carel Coenraadpolder bracht grote kosten met zich mee, die bestreden werden uit een kasgeldlening van f 13.000,--, een gedwongen inkomstenobligatielening van f 21.000,-- en door de winst in het bedrijf te houden: van 1925 t/m 1939 werd geen dividend uitgekeerd. In 1940-1941 werd de laatste termijn van de kasgeldlening afgelost en werd de inkomstenobligatielening omgezet in een obligatielening tegen 7 %. Nu kon weer een bescheiden dividend worden uitgekeerd: 2 %, 4 %, 6 %, in de jaren vijftig 7 %.


Aangezien de maatschappij was opgericht voor de duur van 50 jaar, was in 1949 verlenging nodig. In verband daarmee werden de statuten, met een enkele wijziging, opnieuw vastgesteld. In 1961 werden de statuten opnieuw gewijzigd, voornamelijk om de in 7 obligaties uitstaande schuld van f 21.000,-- om te zetten in aandelen. Daarmee zou het kapitaal boven de ton komen, waardoor de NV "een geschikte fusiebruid" (I S) (nl. voor de NV Maatschappij tot exploitatie van den Johannes Kerkhovenpolder) zou worden. Deze fusie ging echter niet door. In de nieuwe statuten werd het instituut van commissarissen ingevoerd; in feite controleerden voordien twee directeuren als commissaris de als administrateur fungerende derde directeur. Het dividend kwam na 1961 op 11 A 12 %, maar de 7 % rente uit de obligatielening was vervallen.


Sedert de jaren twintig onderzocht de provincie de mogelijkheden om, ter bestrijding van de werkloosheid, kweldergronden to bedijken (19). In het voorjaar van 1929 kwam de provincie met een plan tot het uitvoeren van landaanwinningswerken in de Dollard met toepassing van de zogenaamde Sleeswijk-Holsteinse methode. Dit plan voorzag erin dat de eigenaren een deel van de kosten voor hun rekening zouden nemen, tegen een vergoeding voor de aangewonnen kwelders. Alleen Domeinen en de gemeente Groningen gingen accoord, de overige eigenaren waren niet tot medewerking bereid. Gedeputeerde Staten voelden eerst niet voor een onteigening en uitvoering van de werken voor rekening van de provincie. In 1935 echter besloot de provincie niet langer of te wachten. Provinciale Staten machtigden G.S. om, mits de arbeidslonen voor de landaanwinningswerken door het rijk vergoed zouden worden en voor de overige kosten steun van het Werkfonds 1934 zou worden verkregen, die werken ter hand te nemen en de onteigening te bevorderen. Het provinciale voorstel tot onteigening van de slikken werd door de regering op 13 april 1940 bij de Tweede Kamer ingediend. Het Munnikeveen en de NV Maatschappij tot exploitatie van den Johannes Kerkhovenpolder maakten bezwaar. Zij betwistten niet het algemeen nut van de werken, maar prefereerden een andere methode van landaanwinning. "Achteraf," zo verzuchtte de 2e afdeling der provinciale griffie in 1946, "vraagt men zich of hoe het mogelijk is geweest dat de eigenaren een zoo


nuttige zaak zoo lang hebben kunnen tegenhouden. Men krijgt bij het doorlezen van het dossier den indruk dat aan hun bezwaren wel eens wat te veel aandacht is geschonken." Munnikeveen en Johannes Kerkhovenpolder, aldus diezelfde nota, "hebben het spelletje van uitstellen en ophouden op meesterlijke wijze gespeeld". Het wetsontwerp tot onteigening kwam op de Kameragenda van 9 mei 1940 voor. De behandeling werd een dag uitgesteld, maar die dag, 10 mei 1940, had men wel andere dingen aan het hoofd! Na de capitulatie dreigde de provincie met onteigening krachtens oorlogsrecht, hoewel de Regeringscommissaris voor de wederopbouw had meegedeeld dat de hem door de Opperbevelhebber van land? en zeemacht toegekende bevoegdheid tot onteigening in dit geval niet kon worden gebruikt. Onder druk van de omstandigheden bezweek het Munnikeveen: met 21 tegen 19 stemmen besloten de aandeelhouders het bod van een door het Munnikeveen te betalen vergoeding van f 600,-- per ha aangewonnen kwelder (tussen de door demarcatie vast te stellen kwelderrand en 800 m uit de teen van de zeedijk) te accepteren. Voor de verderaf gelegen aan te winnen kwelders zou het Munnikeveen (overeenkomstig het in 1939 tussen provincie en gemeente Groningen gesloten contract) moeten betalen 75 'B van het verschil tussen de verkoopwaarde van die kwelders bij beëindiging van de landaanwinningswerken en de waarde van de slikken bij de aanvang van de werken (bepaald op f 200 per ha). Op 14 oktober 1940 sloot het Munnikeveen met de provincie een overeenkomst inzake de landaanwinning. Tot uitvoering van de werken op de aan het Munnikeveen behorende gronden kwam het echter pas na de oorlog, in 1946. Daarbij werden enige honderden arbeiders - aanvankelijk geïnterneerden, later werklozen - ingezet.
Stopzetting van de rijkssubsidie leidde in 1957 tot het staken van de landaanwinningswerken. De in de overeenkomst van 1940 voorziene afrekening met het Munnikeveen werd uitgesteld. Nieuwe plannen tot inpoldering van de Dollard leidden in 1966 en volgende jaren tot nieuw overleg en nieuwe moeilijkheden. Het Munnikeveen wenste de overeenkomst van 1940 buiten beschouwing te laten en meende dat er geen aanwas viel te verrekenen. Een met de provincie gemeenschappelijke taxatiecommissie wees het Munnikeveen af. Daarop benoemde de provincie zelf taxateurs en stelde de te betalen vergoeding vast. ~/1
Zo verliep de oude taak van het Munnikeveen, de landaanwinning. Wat bleef was de exploitatie van de eigendommen in de Carel Coenraadpolder: voornamelijk door verpachting, maar sinds 1970 ook (zij het niet zonder aarzeling onder de aandeelhouders) in eigen beheer.


Prielwansteil


Munnikeveen GIS
(kijk waar het Munnikeveen ligt)

pachter
aandeelhouder







een kruisbestuivings website